Schoolreglement

 

 

 

 

 

 

 

Vrije gesubsidieerde basisschool “De Springplank”

SCHOOL MET DE BIJBEL

 

Herseltsesteenweg 72, 3200 Aarschot

Tel.nr. 016/43.78.76 of 0499/71.23.77

 

Geachte ouder,

 

het verheugt ons dat u voor het onderwijs en de opvoeding van uw kind op onze school een beroep doet. Wij danken u voor het vertrouwen dat u in ons schoolteam stelt. Met God als centraal uitgangspunt en Zijn woord als leidraad,  zullen wij alles
in het werk stellen om de kansen te scheppen die uw kind nodig heeft
om zich evenwichtig te ontplooien.

 

Beste kind,

 

dankjewel

 

ik ben blij dat je er bent

dankjewel om je lach

om je vreugde,

je vriendschap

en je trouw

 

dankjewel

om de vraag

die je bent

om het antwoord

dat je geeft

 

dankjewel

om dat zo gans anders-zijn

van je

dat maakt ons samen

zijn zo boeiend verrijkend

en soms zo heel moeilijk

 

het verplicht me

je lief te hebben

zoals je bent

 

zo maken wij

het goed leven

tussen ons

 

in een goede gemeenschap

is de ene blij

omdat de andere er is

 

Uit: Tussen gisteren en morgen

Van: Ward Bruyninckx


Inhoud

 

1)        Sponsoring/giften. 4

2)        Financiële bijdrage ouders. 4

3)        Onze leefregels. 5

4)        Rookverbod. 7

5)        Afspraken i.v.m. huiswerken, agenda’s en rapporten. 7

6)        Organisatie klasgroepen. 10

7)        Afwezigheden en te laat komen. 10

8)        Orde-, tucht- en interne beroepsmaatregelingen. 12

9)        Toekenning getuigschriften basisonderwijs. 13

10)     Onderwijs aan huis. 14

11)     Godsdienstonderwijs. 14

12)     Andere leergebieden. 14

13)     Gezondheid- en veiligheidsbeleid. 15

14)     Engagementsverklaring tussen school en ouders. 17

15)     Echtscheiding. 18

16)     Foto, film, website. 19

17)     Bijlage: onderwijswetgeving. 19

 


1)         Sponsoring/giften
    
(zie ook “Bijlage: onderwijswetgeving”)

 

Personen en bedrijven die bij een activiteit de school sponsoren (geen giften) worden vermeld in het programmaboekje van de desbetreffende activiteit.

Vele mensen ondersteunen onze school financieel d.m.v. giften. Op onze website
vindt u meer informatie over het geven van giften onder “ik steun financieel”.
Bepaalde giften vanaf 30 euro zijn fiscaal aftrekbaar. Er is hiervoor een wettelijke regeling getroffen via het VCOV, de Vlaamse Confederatie van Ouders en Oudervereniging.
Meer informatie hierover kunt u verkrijgen bij de directeur.

2)         Financiële bijdrage ouders
    
(zie ook “Bijlage: onderwijswetgeving”)

 

Kosteloosheid basisonderwijs

De school vraagt geen inschrijvingsgeld. Ook worden alle materialen die het kind in de klas nodig heeft (potlood, pen, papier, werkboeken, boeken, mappen, huiswerkmap, agenda,…) gratis ter beschikking gesteld door de school. (zie ook “Bijlage: onderwijswetgeving” onder punt 8)

Jaarlijkse bijdrage

Gebaseerd op de normen die de Vlaamse Overheid ons als school oplegt, vragen we
aan onze ouders een bijdrage van:

€ 19,50 / jaar voor een kind in het kleuteronderwijs

€ 60,00 / jaar voor een kind in de lagere school

€ 40,00 / jaar voor een kind uit het zesde leerjaar

 

Hier zijn o.a. inbegrepen het turnen, zwemmen, culturele voorstellingen, uitstapjes,
de schoolreis, enz. De leerlingen van het zesde leerjaar gaan gratis zwemmen en betalen
dus € 20,00 minder op jaarbasis.

Wie ervoor kiest om in september meteen dit volledige bedrag te betalen,
krijgt een aanmoedigingskorting en betaalt € 17,50 voor een kind in het kleuteronderwijs
en € 55,00 voor een kind in de lagere school.

Wie gespreid betaalt, stort in september, januari en april telkens € 6,50 voor een kind
in de kleuterschool en € 20,00 voor een kind in de lagere school.

Soep

Ouders die dit wensen kunnen ook soep bestellen voor hun kind tijdens de middag.
Deze soep wordt zelf gemaakt door onze vrijwilligers en de opbrengst komt ten goede
van de schoolwerking. Dit kost ongeveer € 0,30 per dag.


Voor het bestellen van de soep kan men:

1)   Meteen bestellen voor het hele jaar: € 60,00; betalen in september.

2)   Per trimester soep bestellen voor enkel het desbetreffende trimester.

·         Tijdens het 1ste trimester = € 25,00; betalen in september

·         Tijdens het 2de trimester = € 20,00; betalen in januari

·         Tijdens het 3de trimester = € 15,00; betalen in april

 

Alle betalingen gebeuren door een storting/overschrijving op het rekeningnummer
van de school 734–0120351-80. Gelieve altijd de naam van uw kind te vermelden
en de vermelding “soep-hele jaar” of “soep-trimester” + trimesternummer te vermelden.

Acties om geld in te zamelen

Mochten doorheen het jaar bepaalde acties gevoerd worden om geld in te zamelen (wafelverkoop, tentoonstelling,…) voor het goede doel, dan wordt er meestal met contant  geld gewerkt. Soms verloopt deze betaling niet contact, maar zal een factuur gemaakt worden. We lichten u per actie duidelijk in over de betalingswijze

Indien kinderen iets mee naar huis krijgen om te verkopen (bijvoorbeeld tombolalotjes, kalenders,…) is het de bedoeling dat niet-verkochte exemplaren mee teruggebracht worden naar school. Indien dit niet gebeurt, zal dit gefactureerd worden. Deze facturatie
zal onmiddellijk gebeuren of na afloop van het trimester. Uiteraard zal het administratief personeel of de leerkracht u er in eerste instantie aan herinneren de niet-verkochte exemplaren terug mee naar school te brengen alvorens deze te factureren.

Uitstappen (extra-muros activiteiten)

Voor activiteiten van maximum één dag (theatervoorstelling, museumbezoek, verkeerswandeling, natuurwandeling, sport, bibliotheekbezoek, …) zullen er geen kosten doorgerekend worden. Deze zitten vervat in de jaarlijkse bijdrage.

Wanneer er meerdaagse uitstappen worden ingericht (voor de leerlingen van de lagere school) worden deze apart gefactureerd. Hierbij zal het maximumbedrag per leerling
voor de volledige duur van het lager onderwijs (€ 360) niet overschreden worden.
Wanneer de ouders, omwille van gegronde redenen, weigeren hun kind hieraan te laten deelnemen maken ze dit schriftelijk kenbaar. In overleg met de directie zal er dan
een alternatief programma (op school) voor de leerling worden opgesteld
met dezelfde pedagogische inhouden als de  geplande extra-muros activiteit.

3)         Onze leefregels

Gedragsregels voor de leerlingen:

 

Basisregel (vanaf kleuterklas):

Wij houden van God en

wij houden van elkaar.

Wij zorgen voor wat God gemaakt heeft en

wij zorgen voor wat anderen gemaakt hebben.


Concreet vertaalt dit zich in:

Houden van God:

-      Leefregels van God in acht nemen. (o.a. de tien geboden, kiezen voor vergeving,…)

-      Deelname aan of respectvolle houding tijdens het gebed.

-      We gehoorzamen onze leerkrachten/directie/…  en uiten onze mening naar hen toe
op een respectvolle manier.

 

Houden van elkaar:

-      We praten positief over elkaar.

-      We zijn beleefd, vriendelijk, lief voor elkaar en helpen elkaar.

-      We sluiten niemand uit: iedereen is anders en dat is goed! Iedereen hoort er bij.
We dagen niemand uit.

-      We zorgen ervoor dat de ander geen pijn heeft: niet vechten (of doen alsof),
geen leren voetballen gebruiken, …

-      We maken eerlijke (voetbal)ploegen, indien nodig met behulp van de leerkracht.

-      Als we boos zijn op elkaar, blijven we rustig en luisteren we naar elkaar. We proberen
samen tot een oplossing te komen. We kiezen ervoor om elkaar te vergeven.
Indien nodig, halen we er een leerkracht bij.

 

Zorgen voor wat God gemaakt heeft:

-      We willen afval beperken. Daarom gebruiken we brooddozen en bewaardoosjes om ons brood, fruit, tussendoortje,… in te bewaren. Onze drank bewaren we in een drinkbus.
Mocht deze leeg zijn, vult de leerkracht deze bij met water. We willen geen aluminiumpapier,
geen brik en geen blik in onze school! Wie dit toch meebrengt wordt hierop aangesproken
en krijgt het terug mee naar huis.

-      Afval hoort in de juiste vuilbak.

-      We zorgen voor de planten, bomen en dieren (ook insecten) in onze schooltuin.

-      We zorgen voor ons eigen lichaam: we eten gezond. We nemen geen snoep, chocoladerepen
of chips mee naar school. We kiezen zoveel mogelijk voor gezond beleg en gezonde drankjes (frisdrank is verboden op onze school). We proberen elke dag minstens 1 stuk fruit
mee te brengen. (Indien mogelijk voorsnijden en meegeven in bewaardoosje.
Waar nodig helpt de juf met schillen, pellen enz.)

-      We mogen zonder jas buiten spelen, van zodra het warmer is dan 18°C en de toezicht(st)er
hier toestemming voor geeft.

-      We dragen ingetogen kledij, zonder opvallende accessoires. (Geen make-up, geen oorbellen voor jongens, neusbellen of opzichtige oorbellen voor meisjes,…)

 

Zorgen voor wat anderen gemaakt hebben:

-      Speelgoed, materialen en meubilair in de klas, in de eetzaal en op de speelplaats
worden steeds met zorg behandeld en goed opgeruimd.

-      We zorgen voor wat anderen gemaakt hebben. (tentoonstellen, niet kapot maken,…)

-      Als iets stuk gaat, zeggen we dit zodat het (indien mogelijk) gemaakt kan worden.

-      Wanneer iets verloren gaat, wordt hier samen naar gezocht. Onze eigen spullen
(jas, brooddoos, boekentas,…) naamtekenen we.

-      Boekentassen, jassen en andere kledingsstukken worden op de juiste plaats opgeborgen.
Jassen worden door de ouders voorzien van ophanglusjes indien ze er geen bevatten.
We zorgen niet alleen voor onze eigen spullen, maar ook voor die van anderen.

-      We hangen niet aan de poort of omheining.

-      De lift is geen speelgoed. Deze wordt niet door kinderen gebruikt.

Praktische afspraken:

-      Bij het (bel)signaal gaan we meteen in de rij staan.

-      Als we naar het toilet moeten, vragen we eerst toestemming. Indien we hulp nodig hebben, vragen we dit aan een leerkracht. We proberen zoveel mogelijk meteen bij aanvang
van de speeltijd te gaan.

-      We blijven niet spelen in de toiletten of gangen.

-      Rustig stappen en praten in de gang.

-      In de eetzaal praten we rustig, we zijn beleefd. Iedereen blijft minstens tot 12.25 uur
in de eetzaal. (Kinderen in de lagere school mogen max. een halve boterham overlaten
voor de namiddagspeeltijd.)

-      Na het toiletbezoek wassen we onze handen.

-      Tijdens de normale schooluren onttrekt geen enkel kind zich aan het toezicht. We vragen toelating van de persoon die met het toezicht belast is om bijvoorbeeld naar toilet te gaan, iets te gaan halen….

-      We brengen geen eigen speelgoed mee naar school, behalve wanneer dit binnen het thema
dat in de klas behandeld wordt past.

-      Buitenspeelgoed (steppen, skates, springtouwen,…)  mag wél meegebracht worden.
Weet wel dat anderen er ook mee mogen spelen en dat het stuk kan gaan.

-      Indien iemand een ander materiële schade toebrengt (kleding, bril,…) of met opzet materiaal van de klas stuk maakt, wordt het vergoedt door degene die de schade toebracht.
Materiële schade wordt niet door de schoolverzekering gedekt. Deze kan wel verhaald worden op de familiale verzekering.

-      We nemen geen luxe-artikelen, gsm, MP3,… mee naar school. Verlies van juwelen
en andere kostbaarheden kan niet vergoed worden door (de verzekering van) de school.

-      Bij verjaardagen mag er uitzonderlijk wel snoep, taart o.i.d. meegebracht worden.
We verkiezen echter ook hier en gezonde traktatie.

 

4)         Rookverbod

Roken is op geen enkele plaats in de school toegelaten, noch voor de kinderen,
noch voor het personeel, noch voor bezoekers.

5)         Afspraken i.v.m. huiswerken, agenda’s en rapporten

Huiswerk

Vanaf het eerste leerjaar krijgen kinderen huiswerk mee. Het betreft vooral het herhalen
van leerstof, extra inoefenen en lezen. De bedoeling is dat de kinderen dit zelfstandig
kunnen doen, mits een beperkte begeleiding en aanmoediging van de ouders.
We vragen de ouders om erop toe te zien dat het kind elke dag (behalve op woensdag
en in het weekend) tijd hiervoor neemt.

1ste leerjaar: ................ 15 minuten

2de  leerjaar: ........... 15-30 minuten

3de en 4de leerjaar: ..... 30-45 minuten

5de-6de leerjaar: ........ 45-60 minuten

 

Indien uw kind er regelmatig langer over doet, vragen we u om dit te melden
aan de leerkracht. We bekijken dan waar en hoe er bijgestuurd kan worden.

Vanaf het derde leerjaar komen er ook af en toe (herhalings)lessen bij om te leren
of voorbereidend werk in het kader van een project.

Vanaf het vijfde leerjaar kan er- afhankelijk van het lessenrooster- ook woensdag
en in het weekend huiswerk opgegeven worden. Tevens kunnen er in de derde graad opdrachten bijkomen die het leren leren stimuleren.

Op deze manier worden ze voorbereid op de middelbare school, leren ze de nodige zelfstandigheid en kunnen ze thuis de leerstof nog eens extra inoefenen/herhalen.

Agenda’s

Omdat leerlingen in het eerste leerjaar nog niet zelf kunnen schrijven, wordt er
in het eerste leerjaar op een alternatieve wijze mee omgegaan. Er zal hier gewerkt worden met een infoblad waarop de ouders kunnen zien welke taken er voor een bepaalde periode gepland zijn en hoe ze hun kind hierin kunnen begeleiden.

Mocht u als ouder iets willen melden aan de leerkracht, dan kan dat via een briefje
dat u meegeeft in de huiswerkmap.

Vanaf het tweede leerjaar leren leerlingen werken met een eigen agenda waarin ze hun taken noteren bij de dag wanneer deze klaar moeten zijn. Op die manier leren ze vooruit plannen en op een zorgvuldige wijze een agenda beheren.

Deze agenda is ook een communicatiemiddel tussen ouders en leerkracht.
Gelieve deze dagelijks te ondertekenen zodat we weten dat u hem gezien hebt.

Rapporten

We vinden het belangrijk om onze leerlingen nauwgezet op te volgen. Een rapport vol punten kan soms erg weinig zeggen over wat de leerling kan en waar het nog mis loopt. Een 8 op 10 kan goed of matig zijn, afhankelijk van de moeilijkheidsgraad van toets en de leerling
die deze aflegt. De werkelijke vraag is eigenlijk wat ze precies wel en (nog) niet kunnen/kennen. Als we dit weten, weten we waar ze staan en wat de volgende stap
in hun ontwikkeling is.

We baseren onze rapporten daarom op de doelen die de kinderen moeten bereiken.
Per doel geven we aan wat van toepassing is, bijvoorbeeld:

-      dit kan ik heel goed;

-      dit kan ik al;

-      dit lukt me soms wel, soms niet;

-      dit vind ik moeilijk;

-      dit begrijp ik nog niet.

 

Doelen waarbij we aanduiden dat het nog niet goed loopt, worden extra ingeoefend
en bij het volgende rapport wordt kort teruggekoppeld waar het kind dan staat.


We baseren ons voor onze rapportering op:

-      Observaties: we kijken aandachtig tijdens de lessen/ het spelen naar wat het kind
(nog niet) kan. Ook bekijken we de resultaten van het hoeken- en contractwerk.

-      Toetsen: vooral in het lager onderwijs worden gerichte toetsen afgenomen.
De resultaten van deze toetsen worden niet gebruikt om punten te geven, maar om
af te leiden waar het kind staat m.b.t. de inhouden die in die toets verweven zitten. Toetsen worden zoveel mogelijk kort na de toetsing door het kind zelf verbeterd
en/of besproken met het kind. Zo zijn toetsen meer dan een momentopname waar aan de prestatie van het kind een cijfer toegekend wordt. Toetsen tonen leerkracht, kinderen en ouders waar het kind staat en waar het verder in moet oefenen.
Deze toetsen kunnen ook mondeling plaats vinden of onder spelvorm
(vooral bij jonge kinderen).

-      Genormeerde toetsen: naast onze eigen observaties en toetsen kiezen we ervoor
om gebruik te maken van landelijke toetsen. Deze toetsen werden ontworpen
voor scholen zodat ze kunnen testen hoe hun leerlingen presteren t.o.v. andere Vlaamse leerlingen. Bij deze toetsen komen we wél tot een score, die meestal omgezet wordt in een letter: A (heel goed, boven het Vlaams gemiddelde), B (goed),
C (middelmatig), D (zwak) of E (onvoldoende). De normering is een vergelijking
met andere Vlaamse leerlingen en geeft ons een objectief beeld van waar het kind staat. Deze toetsen zijn er voor wiskunde, spelling, technisch lezen en begrijpend lezen. Ook bij de kleuters nemen we al bepaalde landelijke toetsen af. De resultaten van deze toetsen worden ook vermeldt in onze rapportering naar de ouders toe.

Rapportering naar ouders toe gebeurt steeds in een mondeling gesprek (oudercontact),
in het lager onderwijs aangevuld met een schriftelijk rapport. Dit rapport wordt ondertekend door beide ouders en na inzage terugbezorgd aan de klassenleraar.

Toetsen worden na afname en verbetering soms meteen meegegeven naar huis ter inzage.
We willen u vragen deze toetsen te handtekenen en terug mee naar school te geven.
Het is uiterst belangrijk dat deze toetsen niet verloren gaan. Geef ze steeds meteen
de dag erna terug mee naar school.

De rapportering omvat steeds feedback over de volledige ontwikkeling van het kind.
Dit omvat wiskunde, Nederlands, bewegingsopvoeding, wereldoriëntatie, muzische vorming, ICT, mediaopvoeding, evt. Frans, maar ook socio-emotionele aspecten en werkhouding worden hierin opgenomen.

Oudercontacten gaan 3x/jaar door (herfst, krokus en einde jaar). Deze oudercontacten
zijn vertrouwelijke gesprekken tussen ouders en leerkracht(en). Kinderen zijn hierbij
niet aanwezig. De data van de oudercontacten vindt u in onze maandkalenders.
Wanneer gedurende het schooljaar een extra oudercontact nodig blijkt te zijn,
wordt in onderling overleg een datum vastgelegd.

Het CLB kan gevraagd worden om op een oudercontact aanwezig te zijn. Zij kunnen
met hun specifieke vakkennis en/of testen die zij (met uw toestemming) afgenomen hebben een belangrijke bijdrage leveren bij het opvolgen en begeleiden van uw kind.

6)         Organisatie klasgroepen

In onze school zijn de leerlingen geordend in volgende klasgroepen:

Kleuterklas: opgedeeld in onthaalklas en 1ste kleuterklas, 2de kleuterklas en 3de kleuterklas.

Afhankelijk van het aantal leerlingen wordt deze klasgroep door 1 of meerdere leerkrachten begeleid en zullen jonge en oude kleuters regelmatig(er) aparte activiteiten aangeboden krijgen. Soms worden 2 verschillende activiteiten van ongeveer hetzelfde niveau aangeboden en kiezen de kinderen zelf aan welke activiteit zij deelnemen. De klashoeken
en het materiaal is voorzien op voldoende differentiatie naar alle leeftijden toe.

Eerste graad: opgedeeld in het 1ste en 2de leerjaar.

Voor wiskunde en Nederlands krijgen deze klasgroepen een eigen, specifiek onderwijsaanbod. In zoverre dit mogelijk is, worden ze hierbij begeleid door 2 leerkrachten.
Andere leergebieden zijn meestal georganiseerd voor de volledige eerste graad
(met differentiatie waar nodig, uiteraard).

Tweede graad: opgedeeld in 3de en 4de leerjaar.

Ook hier krijgen kinderen voor wiskunde en Nederlands een specifiek onderwijsaanbod.
We organiseren voldoende zelfstandig werk, contract- en hoekenwerk waardoor deze klas door 1 leerkracht begeleid kan worden. Indien er een tweede leerkracht bij kan komen,
zorgt dit voor extra ondersteuning waar nodig. De andere leergebieden worden hier,
net als in de eerste graad, georganiseerd voor de volledige tweede graad.

Derde graad: opgedeeld in 5de en 6de leerjaar.

Deze graad functioneert volgens hetzelfde systeem als de tweede graad. Voor Frans
proberen we deze klas wel op te splitsen met de begeleiding van een tweede leerkracht.

Eind juni komt de klassenraad samen. Hierin zetelen de klassenleraar, zorgcoördinator,
de directie, eventuele ambulante leerkracht(en) en het CLB. Zij beslist of een leerling
kan overgaan naar het volgende leerjaar.

Het is ook de klassenraad die beslist in welke leerlingengroep een leerling, die in de loop
van zijn schoolloopbaan van school verandert, terechtkomt.

Bij de overgang van de 3de kleuterklas naar het 1ste leerjaar, zijn het echter de ouders
die beslissen of zij hun kind eventueel de 3de kleuterklas laten overdoen. Uiteraard
geeft de school, samen met het CLB, hierin steeds advies.

7)         Afwezigheden en te laat komen
   
(zie ook “Bijlage: onderwijswetgeving”)

Niet-leerplichtige leerlingen:

Afwezigheid door ziekte of andere redenen melden aan de klastitularis/het secretariaat.


Leerplichtige leerlingen:

Kinderen zijn leerplichtig vanaf 1 september van het kalenderjaar waarin ze zes worden
of van zodra ze in het eerste leerjaar zitten (ook al zijn ze nog maar vijf).

Van leerplichtige leerlingen wordt verwacht dat zij alle lessen bijwonen (ook turn-
en zwemlessen) en elke dag aanwezig zijn. De meest voorkomende uitzondering hierop
is afwezigheid wegens ziekte.

Afwezigheid wegens ziekte

-      Is een kind méér dan drie opeenvolgende kalenderdagen ziek, dan is
een medisch attest verplicht. Opgelet; indien het kind op vrijdag ziek was
en op maandag is het kind nog steeds ziek, is maandag de vierde kalenderdag
en is een medisch attest vereist. Een medisch attest kan afkomstig zijn
van een geneesheer, een geneesheer-specialist, een psychiater, een tandarts,
een orthodontist en de administratieve diensten van een ziekenhuis
of een erkend labo.

-      Is het kind drie of minder dan drie opeenvolgende kalenderdagen ziek, dan is
een briefje van de ouders voldoende. Dergelijk briefje kan slechts vier keer
per schooljaar door de ouders zelf geschreven worden. Vanaf de vijfde keer
is een medisch attest vereist.

-      Is het kind chronisch ziek, dan nemen de ouders contact op met de school en het CLB.

-      Consultaties ( zoals bijvoorbeeld een bezoek aan de tandarts) moeten zoveel mogelijk buiten de schooluren plaats vinden.

De ouders verwittigen de school zo vlug mogelijk en bezorgen het ziektebriefje
aan de klassenleraar.

Andere afwezigheden

Soms moet een kind om een andere reden afwezig zijn. De ouders bespreken dit op voorhand met de directie. Meer informatie hierover onder “Bijlage: onderwijswetgeving”.

Problematische afwezigheden

Afwezigheden die niet-gewettigd zijn worden als problematisch aangeduid. Na meer dan
10 halve dagen problematische afwezigheden stelt de school samen met het CLB
een begeleidingsdossier op. De ouders worden uitgenodigd voor een gesprek.
Na 30 halve dagen problematische afwezigheden verwittigt de school het Agentschap
voor Onderwijsdiensten.

Te laat komen

Het is belangrijk dat de kinderen steeds op tijd op school zijn. Liefst 5 minuten voor aanvang van de lessen. Bij laattijdige aankomst wordt dit door de klassenleraar geregistreerd.
De directie kan, in samenspraak met de klassenleraar, beslissen dat bij veelvuldig
te laat komen het CLB wordt ingeschakeld.


8)         Orde-, tucht- en interne beroepsmaatregelingen
      (zie ook “Bijlage: onderwijswetgeving”)

 

Wanneer een leerling de goede werking van de school hindert of het lesverloop stoort,
kan door elk personeelslid van de school een ordemaatregel genomen worden.

Mogelijke ordemaatregelen zijn: een verwittiging in de agenda, een strafwerk,
een tijdelijke verwijdering uit de les, aanmelding bij de directie...

Voor kinderen waar ordemaatregelen geregeld voorkomen, wordt in overleg met ouders
en CLB een begeleidingsplan opgemaakt. Wanneer het gedrag van de leerling,
ook met een begeleidingsplan, een probleem wordt voor het verstrekken van onderwijs
of om het opvoedingsproject te realiseren, kan er een tuchtmaatregel genomen worden.

Mogelijke tuchtmaatregelen zijn: een schorsing van één dag, een schorsing
van meerdere dagen, een uitsluiting.

Schorsingsprocedure:

Bij het nemen van een beslissing tot schorsing van meer dan één dag of tot uitsluiting
wordt de volgende procedure gevolgd:

Beroepsprocedure:

1.    Binnen vijf dagen na ontvangst van de beslissing tot uitsluiting kunnen ouders schriftelijk beroep indienen bij de voorzitter van de beroepscommissie
(zie punt 3 samenwerking).

2.    De beroepscommissie komt samen vijf werkdagen na ontvangst van het beroep. De leerling en de ouders worden opgeroepen om te verschijnen
voor deze beroepscommissie.

3.    Intussen hebben de ouders inzage in het dossier.

4.    De beroepscommissie brengt de ouders binnen vijf werkdagen
per aangetekende brief op de hoogte van haar gemotiveerde beslissing.
Deze beslissing is bindend voor alle partijen.

Als ouders geen inspanning doen om hun kind in een andere school in te schrijven,
krijgt de uitsluiting effectief uitwerking na één maand (vakantiedagen niet meegerekend).
Is het kind één maand na de schriftelijke kennisgeving nog niet in een andere school ingeschreven, dan is de oude school niet langer verantwoordelijk voor de opvang
van de uitgesloten leerling. Het zijn de ouders die erop moeten toezien dat hun kind
aan de leerplicht voldoet. Het CLB kan mee zoeken naar een oplossing.

Ten gevolge van een definitieve uitsluiting het vorige of het daaraan voorafgaande schooljaar kan het schoolbestuur de betrokken leerling weigeren terug in te schrijven.

9)         Toekenning getuigschriften basisonderwijs
      (zie ook “Bijlage: onderwijswetgeving”)

 

Het schoolbestuur kan op voordracht en na beslissing van de klassenraad een getuigschrift lager onderwijs uitreiken aan de regelmatige leerling uit het gewoon basisonderwijs.
De klassenraad beslist welke leerlingen het getuigschrift behalen en welke niet. De leerlingen die geen getuigschrift behalen, krijgen een attest met de vermelding dat ze het laatste jaar de lessen regelmatig hebben gevolgd. In dit attest geeft de klassenraad de motivatie
waarom geen getuigschrift wordt toegekend.

Criteria bij toekenning getuigschrift:

De klassenraad houdt rekening met onderstaande criteria:

-      de bereikte leerdoelen  in vergelijking met de eindtermen;

-      de schoolrapporten van het lopende en voorafgaande schooljaar;

-      de evaluaties van het lopende en voorafgaande schooljaar;

-      de gegevens uit het leerlingvolgsysteem;

-      gegevens over het sociaal-emotioneel functioneren van de leerling;

-      het verslag van de kindbetrokkene (doorgaans de klastitularis) die tijdens
het laatste schooljaar het hoogste aantal lestijden heeft gegeven aan de leerling.

De voorzitter en alle leden van de klassenraad ondertekenen het schriftelijk verslag.

Beroepsprocedure:

-      De ouders kunnen binnen zeven kalenderdagen na ontvangst van de beslissing
een beroep indienen bij de directie.

-      De directie roept binnen drie werkdagen de klassenraad opnieuw bijeen.

-      De genomen beslissing wordt opnieuw bekeken.

-      De ouders worden schriftelijk op de hoogte gebracht van de nieuwe beslissing.

-      Als de betwisting blijft bestaan, kunnen de ouders binnen zeven kalenderdagen
een aangetekend beroep indienen bij de voorzitter van het schoolbestuur.

-      Het schoolbestuur beslist of de klassenraad opnieuw wordt samengeroepen.

-      De ouders worden schriftelijk op de hoogte gebracht.

10)     Onderwijs aan huis
        (zie ook “Bijlage: onderwijswetgeving”)

Als een kind meer dan 21 dagen ononderbroken afwezig is wegens ziekte kunnen de ouders een schriftelijke aanvraag indienen voor onderwijs aan huis. De directeur zal dan
op zoek gaan naar een leerkracht om dit kind 4 lestijden per week onderwijs aan huis
te geven. De school maakt afspraken met deze leerkracht om de lessen af te stemmen
op de klas van het kind. Eventueel neemt de school in overleg met de ouders contact op
met de vzw Bednet. De school en de ouders maken concrete afspraken over opvolging
en evaluatie. Ook ouders van chronisch zieke kinderen kunnen deze aanvraag indienen.

11)      Godsdienstonderwijs

Onze school kiest als vrije school voor het inrichten van protestants-christelijk onderwijs.
Dit godsdienstonderwijs of de zogenaamde “Bijbelles” wordt gegeven door onze leerkrachten. We vinden het dan ook belangrijk dat onze leerkrachten ons pedagogisch project,
met daarin opgenomen ons protestants-christelijk geloof, onderschrijven en uitdragen.

Op onze school leren de kinderen vanuit de Bijbel liefde en respect te hebben voor God,
de medemens, zichzelf en de natuur. We nemen bewust tijd voor gebed, zingen, vieren (waarbij  ouders regelmatig uitgenodigd worden), Bijbelverhalen, kringgesprekken, …

We kiezen regelmatig een zendingsproject waar we als school voor sparen.
Dit is één van de manieren om ons geloof “handen en voeten” te geven.

We plannen onze Bijbellessen zó dat we ze zeker niet laten wegvallen door tijdsdruk. Gemiddeld krijgen de kinderen 150 minuten per week Bijbelles, zo gelijkmatig mogelijk verspreid over de week.

We hebben ook een plaats in de buurt van de speelplaats waar kinderen vrijblijvend
kunnen gaan bidden.

Iedere ochtend beginnen we de dag met gebed en voor het eten danken we.

12)     Andere leergebieden

Zoals in de meeste Vlaamse scholen komen veel leergebieden aan bod. Onze kleuters
krijgen lichamelijke opvoeding, muzische vorming, Nederlands, wereldoriëntatie
en wiskundige initiatie.

In het lager zijn de leergebieden wiskunde, Nederlands, wereldoriëntatie, muzische vorming, bewegingsopvoeding, informatie- en communicatietechnologie (ICT), mediaopvoeding,
sociale vaardigheden, leren leren en Frans (vooral 5-6 LO).

Zwemmen gebeurt om de 14 dagen, in het stedelijk zwembad. Deze lessen worden gegeven door onze eigen leerkrachten. Data van de zwemlessen zijn opgenomen
in onze maandroosters.

 

Bovendien leren onze leerlingen typen in 1-2 LO en komen ze vanaf de kleuterklas
op een speelse wijze in contact met de Franse en Engelse taal.

Op de website en in de folder leest u meer over de accenten die we leggen
in onze didactische aanpak.

13)     Gezondheid- en veiligheidsbeleid

 

1.   Gezondheidsbeleid

 

Onze school hecht veel belang aan de gezondheid van uw kind. Daarom werden er
in de leefregels een aantal afspraken opgenomen omtrent gezonde voeding.

Verder zullen we de nodige aandacht besteden aan beweging(sopvoeding) op school
en daarbuiten.

2.   Preventie ziekte

 

Verwachtingen naar de ouders:

-      zorgen voor de lichamelijke zindelijkheid en netheid van hun kind

-      melden steeds de ziekte van hun kind

-      herstellende kinderen kunnen tijdens de speeltijd binnen blijven
op schriftelijke aanvraag van de ouders

-      zijn verplicht besmetting door luizen onmiddellijk te rapporteren
aan de directeur alsook de besmetting te bestrijden.

Verwachtingen naar de kinderen:

-      zieke kinderen blijven thuis

-      bij besmetting door luizen wordt het haar (meisjes) samengebonden

3.   Verkeersveiligheid

Verwachtingen naar de ouders:

-      parkeren op voorziene parkeerplaatsen, dubbel parkeren = verboden

-      rijgedrag aanpassen: zone 30

-      ouders begeleiden hun kind van en naar de schoolpoort

Verwachtingen naar de kinderen:

-      wachten op hun begeleiders/ouders alvorens de schoolpoort te verlaten

 


4.   Alarm

Jaarlijks worden evacuatieoefeningen gehouden. Zodra het alarmsignaal klinkt,
verlaten de leerlingen op het teken van de leerkracht ordelijk het lokaal. De ramen en deuren worden dicht gedaan, de lichten blijven branden en er wordt geen (school)materiaal meegenomen. De leerkracht verlaat als laatste het lokaal en controleert of er niemand
is achtergebleven.

De leerkracht volgt de route die het evacuatieplan (beschikbaar op de school) aangeeft
en stelt zich op de afgesproken plaats op de speelplaats op. Op de verzamelplaats stellen
de leerlingen zich alfabetisch per klas op zodat de controle van de aanwezigen
vlot kan verlopen. Na het controleren van de aanwezigheden meldt de leerkracht
de afwezigen aan de directie. Iedereen blijft op de verzamelplaats tot de verantwoordelijke verdere instructies geeft
.

5.   Medicatie

In uitzonderlijke gevallen kan een ouder aan de leerkracht vragen om medicatie toe te dienen aan een kind. Deze vraag moet bevestigd worden door een schriftelijk attest van de dokter, mogelijk met de juiste dosering en toedieningswijze.

6.   Stappenplan bij ongeval of ziekte

Eerste hulp: wordt toegediend door leerkrachten/secretariaat.
Zij dienen géén medicijnen toe.

Ziekenhuis: Voor ernstige zaken doet de school beroep op de spoeddienst van een ziekenhuis. In dit geval worden ouders hiervan op de hoogte gebracht.

Verzekeringspapieren

-      Contactpersoon: secretariaatsmedewerker

-      Procedure:

1.    een ongevallenaangifte wordt op school ingevuld en meegegeven;

2.    de aangifte wordt zo snel mogelijk (volledig ingevuld door geneesheer
en evt. ouders) terugbezorgd en door de school doorgestuurd
naar de verzekeringsmaatschappij, een kopie wordt bewaard op school;

3.    eerst betalen de ouders de kosten (via ziekenfonds);

4.    het niet-terugbetaalde gedeelte kan door de verzekering terugbetaald worden.

Als de verzekering de schade niet terugbetaalt, kan de school hiervoor
niet aansprakelijk gesteld worden.


14)     Engagementsverklaring tussen school en ouders

Hieronder vindt u de wederzijdse afspraken tussen ouders en school waar u zich,
bij ondertekening van het schoolreglement toe verbindt.

Als school staan wij garant voor het opvolgen van ons aandeel hierin.

Oudercontacten

De school organiseert 3x/jaar een oudercontact. Ouders worden geacht om hun uiterste best te doen om op deze oudercontacten aanwezig te zijn. Indien dit niet mogelijk is voor hen, wordt er van hen verwacht dat ze zelf telefonisch contact opnemen met de klassenleraar
of aangeven wanneer deze titularis hen telefonisch kan bereiken. Op die manier
kan er toch kort informatie heen en weer uitgewisseld worden.

Bij herhaaldelijk afwezig zijn op oudercontacten, zal u gevraagd worden om in overleg
met de klassenleraar een geschikt moment te zoeken om alsnog een oudercontact mogelijk
te maken.

Ouderbrieven

Als ouder wordt u geacht alle (ouder)brieven en andere info die u bezorgd wordt
grondig door te nemen. U zal bevraagd worden over de wijze waarop u ouderbrieven wenst
te ontvangen (via mail of op papier via de huiswerkmap in de boekentas van uw kind).
Wie aangeeft dat hij/zij deze via mail wenst te ontvangen, wordt geacht dagelijks na te gaan of er mail van de school uit binnengekomen is. Wie wil overstappen van mail naar papier
of omgekeerd, contacteert hiervoor de leerkracht en directie zodat beiden hiervan
goed op de hoogte zijn.

Website

Regelmatig kunt u op de website zien en lezen wat de kinderen in de klas beleeft hebben.
De school heeft niet gekozen voor een schoolkrantje, maar wil de kinderen leren werken
met dit medium. We verwachten dat u als ouder regelmatig met hen naar onze schoolwebsite surft. (Minstens 1x per trimester.) Indien dit voor u onmogelijk is, wordt u geacht
dit aan te geven aan de leerkracht. Zij zoekt dan een alternatief zodat u als ouder
toch mee kunt genieten van wat uw kind met zijn/haar klasgenootjes beleeft. (http://www.despringplank.net)

Aanwezigheid

De school vindt het belangrijk dat ook kleuters zoveel mogelijk aanwezig zijn op school.
In de kleuterklas wordt een belangrijke basis gelegd waarop men in het lager verder bouwt. Mogen we u vragen om uw uiterste best te doen om ook uw kleuter regelmatig naar school
te laten gaan? Ook willen we u vragen om steeds op tijd te komen. Wanneer de kleuter
de vaste regelmaat van het onthaal ’s morgens mist, kan dit voor hem erg verwarrend zijn. Deze regelmaat is een houvast en geeft een gevoel van veiligheid. Bovendien behandelen we tijdens het onthaal belangrijke doelen zoals tijdsbesef, basisvertrouwen, groepssfeer,
iets vertellen in kring, luisteren naar elkaar enz.

Individuele leerlingenbegeleiding

Als school willen we tegemoet komen aan de noden van uw kind.

Mogelijk wordt uw hulp gevraagd bij het verzamelen van gegevens en het analyseren
van problemen die zich voordoen.

Waar nodig worden extra overlegmomenten (naast de oudercontacten) ingelast.

De school vraagt u, als ouder, om mee betrokken te zijn in de opvolging van uw kind en, wanneer nodig of gewenst, ook de (huiswerk)begeleiding thuis af te stemmen
op de begeleiding die we in de klas geven. We engageren ons als school ertoe om u hierin
te ondersteunen en het nodige advies te geven.

Indien dit nodig blijkt, kunnen ook logopediste, kinesiste of andere begeleiders
betrokken worden. Dit gebeurt steeds in overleg met u als ouder. U als ouder
bent ook degene die de keuze maakt m.b.t. de begeleider die u kiest. Indien u de begeleiding tijdens de schooluren op school wenst door te laten gaan, willen we u vragen om met directie en leerkracht te bespreken wanneer en of dit haalbaar is. Dit is namelijk afhankelijk
van de aard en frequentie van de begeleiding en de lessenrooster en noden van uw kind.

Nederlands

Omdat de onderwijstaal het Nederlands is, gebeurt ook alle communicatie in het Nederlands. Van anderstalige ouders verwachten we dan ook dat ze ervoor zorgen dat ze deze communicatie steeds goed doornemen en begrijpen (evt. door het inschakelen van een tolk die u zelf voorziet). Ook op oudercontacten mag een tolk meegebracht worden.
Verder willen we u vragen om uw kind (indien het tv kijkt) regelmatig naar Nederlandstalige kinderprogramma’s te laten kijken. Hiermee bevordert u zijn/haar taalontwikkeling.
Ook andere activiteiten zoals Nederlandstalige boekjes voorlezen (of luistercd’s),
lid worden van een Nederlandstalige turn-, zwemclub of jeugdvereniging, Nederlandstalige computerspelletjes spelen of liedjes beluisteren raden we van harte aan.

15)     Echtscheiding

Bij inschrijving worden ouders bevraagd m.b.t. echtscheiding. We willen graag weten
hoe we beide ouders kunnen bereiken met onze ouderbrieven, voor oudercontacten enz. Mocht er zich een verandering voordoen in uw situatie na de inschrijving, wordt u geacht
deze te melden bij de directie. Zo kunnen wij als school onze verplichting nakomen
om beide ouders op de hoogte te houden.

Verder zullen we met moeder- en vaderdag de mogelijkheid voorzien voor de kinderen
die dat willen om een alternatief cadeautje te maken voor eventuele nieuwe partners.
Indien u hier bezwaar tegen hebt, willen we dat graag ruim op voorhand van u weten.

Nieuwjaarsbrieven worden enkel voor de ouders geschreven. Bij kinderen
met gescheiden ouders zal afhankelijk van het schrijftempo van de leerling gekozen worden voor twee brieven of één originele brief en één kopie. We hopen hierbij op jullie begrip.

16)     Foto, film, website

De ondertekening van dit schoolreglement geldt als toestemming aan de school om foto’s, opnames, werkstukken, … van kinderen voor niet-commerciële doeleinden te publiceren
en/ of op het web te plaatsen. Indien u hiertegen bezwaar heeft, kunt u dit schriftelijk melden aan de directie.

17)     Bijlage: onderwijswetgeving

1 DEFINITIES

Schoolstructuur:

school: pedagogisch geheel waar onderwijs georganiseerd wordt onder leiding van één directeur.

basisschool: omvat een kleuterniveau en een niveau lager onderwijs.

 

Schoolorganisatie

-    schooljaar: de periode van 1 september tot en met 31 augustus.

-    schoolbestuur: de rechtspersoon of de natuurlijke persoon die verantwoordelijk is voor één of meer scholen.

-    scholengemeenschap: samenwerkingsverband tussen meerdere scholen.

-    klassenraad: team van personeelsleden dat onder leiding van de directeur of zijn afgevaardigde samen de verantwoordelijkheid draagt voor de begeleiding van en het onderwijs aan een bepaalde leerlingengroep of individuele leerling.

-    schoolraad: Orgaan met advies- en overlegbevoegdheid samengesteld uit vertegenwoordigers van ouders, personeel en lokale gemeenschap. De schoolraad heeft rechten en plichten inzake informatie en communicatie.

-    extra-muros activiteiten: activiteiten die plaats vinden buiten de schoolmuren en georganiseerd worden voor één of meer leerlingengroepen. Activiteiten die volledig buiten de schooluren georganiseerd worden, vallen hier niet onder.

2 CENTRUM LEERLINGENBEGELEIDING (CLB)

Het centrum voor leerlingenbegeleiding (CLB) heeft als opdracht bij te dragen tot het

welbevinden van leerlingen, en situeert de begeleiding van leerlingen op vier domeinen:

-    het leren en studeren;

-    de onderwijsloopbaan;

-    de preventieve gezondheidszorg;

-    het psychisch en sociaal functioneren.

 

2.1 Relatie tussen CLB en school

De school en het CLB hebben een gezamenlijk beleidscontract opgesteld dat de aandachtspunten voor de leerlingenbegeleiding vastlegt. Als de school aan het CLB vraagt om een leerling te begeleiden, zal het CLB een begeleidingsvoorstel doen. Het CLB zet de begeleiding slechts voort als de ouders van de

leerling hiermee instemmen. Het centrum heeft recht op de relevante informatie die over de leerlingen in de school aanwezig is en de school heeft recht op de relevante informatie over de leerlingen in begeleiding. Ze houden allebei bij het doorgeven en het gebruik van deze informatie

rekening met de geldende regels inzake het beroepsgeheim, de deontologie en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer.

 

2.2 Relatie tussen CLB, de leerlingen en hun ouders

Niet alleen de school, maar ook de leerlingen en ouders kunnen het CLB om hulp vragen.

Het CLB werkt gratis en discreet. Het centrum, de school en de ouders dragen een gezamenlijke verantwoordelijkheid.


Ouders zijn verplicht hun medewerking te verlenen aan:

-    de begeleiding van leerlingen die spijbelen. Als de betrokken ouders niet ingaan op de initiatieven van het centrum, meldt het centrum dit aan de door de Vlaamse regering aangeduide instantie;

-    collectieve medische onderzoeken en/of preventieve gezondheidsmaatregelen i.v.m. besmettelijke ziekten. De ouders kunnen zich verzetten tegen het uitvoeren van een algemeen of gericht consult door een bepaalde arts van het CLB. Binnen een termijn van negentig dagen dient de persoon die verzet aantekent, het verplichte consult te laten uitvoeren door een andere arts van hetzelfde CLB, een arts van een ander CLB of een andere arts buiten het CLB die beschikt over het nodige bekwaamheidsbewijs. In dat laatste geval zijn de kosten ten laste van de ouders.

 

Het centrum maakt zijn werking bekend aan de ouders. Dat gebeurt minstens op het ogenblik dat de leerling voor de eerste keer wordt ingeschreven in de school. Ouders krijgen informatie over de rechten en plichten van ouders, leerlingen, de school en het centrum.

Als een leerling van school verandert, behoudt het centrum zijn bevoegdheid en verantwoordelijkheid ten aanzien van die leerling tot de leerling is ingeschreven in een school die door een ander centrum wordt bediend.

 

2.3 Het multidisciplinair dossier

Het centrum legt voor elke leerling voor wie een begeleiding wordt gestart, één multidisciplinair dossier aan. Het multidisciplinair dossier van de leerling bevat alle voorhanden zijnde gegevens die over de leerling op het centrum aanwezig zijn. Als een leerling van school verandert en onder toezicht van een ander CLB komt te staan, is het CLB dat de vorige school begeleidt, ervoor verantwoordelijk dat het CLB-dossier de leerling volgt. Er is geen toestemming van de ouders of de leerling vereist om een multidisciplinair dossier over te dragen.

 

Er bestaat maar één CLB- dossier en dit dossier is in principe een ondeelbaar geheel.

Daarom wordt het bij schoolveranderen in één zending overgemaakt. Elk CLB is eraan gehouden de ouders of de leerling te informeren over het doorgeven van het dossier. Er wordt een wachttijd van 10 dagen gerespecteerd na het informeren van de ouders of de leerling. De ouders of de leerling kunnen afzien van die wachttijd. Er kan binnen die 10 dagen verzet aangetekend worden tegen het overmaken van de niet-verplichte gegevens uit het dossier. Er kan geen verzet aangetekend worden tegen de overdracht van volgende gegevens: identificatiegegevens, vaccinatiegegevens, gegevens in het kader

van de verplichte CLB-opdrachten, bijzondere consulten en de medische onderzoeken uitgevoerd als vorm van nazorg na een algemeen, een gericht of een bijzonder consult. Indien er verzet wordt aangetekend, verzendt het vorige CLB enkel de verplicht over te dragen gegevens samen met een kopie van het verzet. Het bewaart de gegevens waartegen verzet werd aangetekend tot 10 jaar na het laatste contact.

3 INSCHRIJVEN VAN LEERLINGEN

3.1 Toelatingsvoorwaarden

Een inschrijving kan pas ingaan na instemming met het schoolreglement en het pedagogisch project van de school. Bij de inschrijving dient een officieel document te worden voorgelegd dat de identiteit van het kind bevestigt en de verwantschap aantoont (de SIS-kaart, het trouwboekje, het geboortebewijs, een identiteitsstuk van het kind zoals een bewijs van inschrijving in het vreemdelingenregister, een reispas). De inschrijving van een leerling geldt voor de duur van de hele schoolloopbaan in de school.

Alle kleuters en leerlingen worden op de datum van de inschrijving opgenomen in het inschrijvingsregister. Zij worden slechts éénmaal ingeschreven volgens chronologie. Een kleuter die nog geen 2 jaar en 6 maanden is, kan ingeschreven worden. Maar pas wanneer de kleuter voldoet aan de toelatingsvoorwaarde (2,5 jaar zijn), wordt de kleuter opgenomen in het stamboekregister. Vanaf de volgende instapdatum wordt de kleuter toegelaten in de school en wordt hij/zij opgenomen in het aanwezigheidsregister van de klas. Kleuters zijn niet leerplichtig.


Kleuters vanaf 2,5 tot 3 jaar mogen in het kleuteronderwijs op school aanwezig zijn op de volgende instapdagen:

-    de eerste schooldag na de zomervakantie;

-    de eerste schooldag na de herfstvakantie;

-    de eerste schooldag na de kerstvakantie;

-    de eerste schooldag van februari;

-    de eerste schooldag na de krokusvakantie;

-    de eerste schooldag na de paasvakantie;

-    de eerste schooldag na hemelvaartsdag.

 

-    Een kleuter die de leeftijd van drie jaar bereikt heeft, kan elke dag worden ingeschreven en in de school toegelaten zonder rekening te houden met de instapdagen.

-    Om toegelaten te worden tot het lager onderwijs moet de leerling 6 jaar zijn voor 1januari van het lopende schooljaar. Een leerling die 5 jaar wordt voor 1 januari van het lopende schooljaar kan reeds in het lager onderwijs ingeschreven worden. Deze afwijking blijft beperkt tot één jaar.

 

3.2 Weigering van inschrijving

Ouders hebben het recht om hun kind in te schrijven in de school van hun keuze. Toch kan de school een leerling weigeren onder bepaalde omstandigheden.

1. Het schoolbestuur weigert de inschrijving van de betrokken leerling die het vorige of het daaraan voorafgaande schooljaar door een tuchtmaatregel definitief werd uitgesloten in de school.

2. Kinderen kunnen specifieke noden hebben. Van ouders wordt verwacht dat zij dit meedelen aan de school. De school zal bij leerlingen met een inschrijvingsverslag buitengewoon onderwijs, type 8 uitgezonderd, onderzoeken of haar draagkracht voldoende groot is om het kind de nodige ondersteuning te geven op het vlak van onderwijs, therapie en verzorging. Indien de ouders, bij inschrijving, nalaten om mee te delen dat hun kind een attest buitengewoon onderwijs heeft en er de eerste weken na de inschrijving een vermoeden is van specifieke noden, zal de school haar draagkracht alsnog onderzoeken. Bij het onderzoek naar de draagkracht houdt de school, in overleg met de ouders en het CLB, rekening met:

-    De verwachtingen van de ouders ten aanzien van het kind en ten aanzien van de school;

-    De concrete ondersteuningsnoden van de leerling op het vlak van leergebieden,sociaal functioneren, communicatie en mobiliteit;

-    Een inschatting van het regulier aanwezig draagvlak van de school inzake zorg;

-    De beschikbare ondersteunende maatregelen binnen én buiten het onderwijs;

-    Het intensief betrekken van de ouders bij de verschillende fasen van het overleg- en beslissingsproces. Het kind wordt ingeschreven onder de ontbindende voorwaarde van het aantonen van onvoldoende draagkracht.

3. Het schoolbestuur kan omwille van materiële omstandigheden een maximumcapaciteit invoeren. Wanneer deze maximumcapaciteit overschreden wordt, moet de school de leerling weigeren. De beslissing tot weigering wordt binnen vier kalenderdagen (eventueel na onderzoek van de draagkracht van de school) bij aangetekend schrijven of tegen afgiftebewijs aan de ouders van de leerling bezorgd. Ouders krijgen toelichting bij de beslissing van het schoolbestuur.

Bij een weigering op draagkracht wordt door het Lokaal Overlegplatform (LOP) onmiddellijk, en zonder te wachten op de vraag van de ouders, een bemiddelingsprocedure opgestart. Bij weigering op basis van de andere redenen start het LOP alleen een bemiddeling wanneer de ouders er uitdrukkelijk om verzoeken. Indien de school niet behoort tot een LOP zal het Departement Onderwijs een nabijgelegen LOP aanduiden. Na de bemiddeling door het Lokaal Overleg Platform kunnen ouders alsnog

een klacht indienen bij de Commissie inzake Leerlingenrechten.

 

3.3 Leerplicht

In september van het jaar waarin het kind 6 jaar wordt, is het leerplichtig en wettelijk verplicht om les te volgen. Ook wanneer het op die leeftijd nog in het kleuteronderwijs blijft, is het dus net als elk ander leerplichtig kind onderworpen aan de controle op het regelmatig schoolbezoek.

 

Een jaar langer in de kleuterschool doorbrengen, vervroegd naar de lagere school komen en een achtste jaar in de lagere school verblijven kan enkel na kennisgeving van en toelichting bij het advies van de klassenraad en van het CLB-centrum. De ouders nemen de uiteindelijke beslissing.

 

In het gewoon onderwijs kan een leerling minimum 4 jaar en maximum 8 jaar in het lager onderwijs doorbrengen, met dien verstande dat een leerling die 15 jaar wordt vóór 1 januari geen lager onderwijs meer kan volgen.

 

De leerlingen zijn verplicht om alle lessen en activiteiten van hun leerlingengroep te volgen. Om gezondheidsredenen kunnen er, in samenspraak met de directeur, eventueel aanpassingen gebeuren.

4 AFWEZIGHEDEN

De regelgeving op afwezigheden is van toepassing op leerplichtige kinderen in het gewoon basisonderwijs. De regelgeving is ook van toepassing op leerlingen die, wegens verlengd kleuterschoolbezoek, op zesjarige leeftijd nog in het kleuteronderwijs zitten. Zij zijn op basis van hun leeftijd leerplichtig. Ook leerlingen die reeds op vijfjarige leeftijd zijn overgestapt naar het lager onderwijs vallen onder de reglementering. Niet-leerplichtige leerlingen in het kleuteronderwijs kunnen niet onwettig afwezig zijn, aangezien ze niet onderworpen zijn aan de leerplicht en dus niet steeds op school moeten aanwezig zijn.

Het is belangrijk dat kleuters regelmatig naar school komen. Kinderen die activiteiten missen lopen meer risico om te mislukken en raken minder goed geïntegreerd in de klasgroep. We verwachten dat de ouders ook de afwezigheden van hun kleuter onmiddellijk melden omwille van veiligheidsoverwegingen.

 

4.1 Afwezigheden wegens ziekte

Voor ziekte tot en met drie opeenvolgende kalenderdagen volstaat een briefje van de ouders. Dergelijk briefje kan slechts vier keer per schooljaar door de ouders zelf geschreven worden. Vanaf de vijfde keer is een medisch attest vereist.

Is een kind méér dan drie opeenvolgende kalenderdagen ziek dan is steeds een medisch attest vereist. Dat attest kan afkomstig zijn van een geneesheer, een geneesheerspecialist,een psychiater, een tandarts, een orthodontist en de administratieve diensten van een ziekenhuis of een erkend labo. Consultaties ( zoals bijvoorbeeld een bezoek aan de tandarts), moeten zoveel mogelijk buiten de schooluren plaatsvinden. Wanneer een kind een chronische ziekte heeft die leidt tot verschillende afwezigheden zonder dat telkens een doktersconsultatie noodzakelijk is (bijv. astma, migraine,...) is

het goed contact op te nemen met de school en het CLB. Het CLB kan dan een medisch attest opmaken dat de ziekte bevestigt. Wanneer een afwezigheid om deze reden zich dan effectief voordoet, volstaat een attest van de ouders.

 

Een medisch attest wordt beschouwd als twijfelachtig in volgende gevallen:

-    het attest geeft zelf de twijfel van de geneesheer aan wanneer deze schrijft “dixit de patiënt”;

-    het attest is geantedateerd of begin- en einddatum werden ogenschijnlijk vervalst;

-    het attest vermeldt een reden die niets met de medische toestand van de leerling te maken heeft zoals bv. de ziekte van één van de ouders, hulp in het huishouden.

De school zal het CLB contacteren telkens ze twijfels heeft over een medisch attest.

 

4.2 Van rechtswege gewettigde afwezigheden.

In volgende situaties kan een kind gewettigd afwezig zijn. De ouders moeten een document met officieel karakter (1 - 5) of een verklaring (6) kunnen voorleggen ter staving van de afwezigheid. Voor deze afwezigheden is geen voorafgaand akkoord van de directeur nodig.

 

De ouders verwittigen de school vooraf van dergelijke afwezigheden:

1. het bijwonen van een begrafenis- of huwelijksplechtigheid van iemand die onder hetzelfde dak woont als het kind, of van een bloed- of aanverwant van het kind;

2. het bijwonen van een familieraad;

3. de oproeping of dagvaarding voor de rechtbank (bijvoorbeeld wanneer het kind in het kader van een echtscheiding moet verschijnen voor de jeugdrechtbank);

4. het onderworpen worden aan maatregelen in het kader van de bijzondere jeugdzorg (bijvoorbeeld opname in een onthaal-, observatie- en oriëntatiecentrum);

5. de onbereikbaarheid of ontoegankelijkheid van de school door overmacht (bijvoorbeeld door staking van het openbaar vervoer, door overstroming,...);

6. het beleven van feestdagen die inherent zijn aan de door de grondwet erkende levensbeschouwelijke overtuiging van een leerling (anglicaanse, islamitische, joodse, katholieke, orthodoxe, protestants-evangelische godsdienst) Concreet gaat het over: - islamitische feesten: het Suikerfeest en het Offerfeest ( telkens 1 dag); - joodse feesten: het joods Nieuwjaar ( 2 dagen), de Grote Verzoendag (1 dag), het Loofhuttenfeest (2 dagen), het Slotfeest (2 laatste dagen), de Kleine Verzoendag (1 dag), het feest van Esther (1 dag), het Paasfeest (4 dagen), het Wekenfeest (2 dagen); - orthodoxe feesten: Paasmaandag, Hemelvaart en Pinksteren voor de jaren waarin het orthodox Paasfeest niet samenvalt met het katholieke Paasfeest. De katholieke feestdagen zijn reeds vervat in de wettelijk vastgelegde vakanties. De protestants-evangelische en de anglicaanse godsdienst hebben geen feestdagen die hiervan afwijken.

 

4.3 Afwezigheden waarvoor de toestemming van de directeur nodig is.

Deze categorie afwezigheden verleent de school autonomie om in te spelen op specifieke situaties die niet altijd door de regelgeving op te vangen zijn. Indien de directeur akkoord is en mits voorlegging van, naargelang het geval, een officieel document of een verklaring van de ouders, kan de leerling gewettigd afwezig zijn om één van de onderstaande redenen:

1. het overlijden van een persoon die onder hetzelfde dak woont als het kind of van een bloed- of aanverwant tot en met de tweede graad. ( Voor de dag van de begrafenis zelf is geen toestemming van de directeur nodig. Het gaat hier over een periode die het kind eventueel nodig heeft om emotioneel evenwicht terug te vinden (rouwperiode)). Mits toestemming van de directeur kan zo ook een begrafenis van een bloed- of aanverwant in het buitenland bijgewoond worden.

2. het actief deelnemen aan een culturele of sportieve manifestatie, indien het kind hiervoor als individu of als lid van een club geselecteerd is. Het bijwonen van trainingen komt niet in aanmerking, wel bijv. de deelname aan een kampioenschap/competitie. Het kind kan maximaal 10 halve schooldagen per schooljaar hiervoor afwezig zijn (hetzij achtereenvolgend, hetzij gespreid over het schooljaar).

3. de deelname aan time-outprojecten. Deze afwezigheden komen in het basisonderwijs zelden voor, maar in die situaties waarin voor een leerling een time-outproject aangewezen is, is het in het belang van de leerling aangewezen om dit als een gewettigde afwezigheid te beschouwen. Voor sommige leerlingen is er geen andere oplossing dan hen tijdelijk te laten begeleiden door een externe gespecialiseerde instantie.

4. in echt uitzonderlijke omstandigheden afwezigheden voor persoonlijke redenen. Voor deze afwezigheden moet de directeur op voorhand zijn akkoord verleend hebben. Het gaat om maximaal 4 halve schooldagen per schooljaar (al dan niet gespreid).

5. afwezigheden wegens topsport voor de sporten tennis, zwemmen en gymnastiek.Dit kan slechts toegestaan worden voor maximaal 6 lestijden per week, mits het vooraf indienen van een dossier met de volgende elementen:

-    een gemotiveerde aanvraag van de ouders;

-    een verklaring van een bij de Vlaamse sportfederatie aangesloten sportfederatie;

-    een medisch attest van een sportarts verbonden aan een erkend keuringscentrum van de Vlaamse Gemeenschap;

-    een akkoord van de directie.

 

Deze vijf categorieën van afwezigheden zijn geen automatisme, geen recht dat ouders kunnen opeisen. Enkel de directeur kan autonoom beslissen om deze afwezigheden toe te staan. De directeur mag onder geen beding toestemming geven om vroeger op vakantie te vertrekken of later terug te keren. De leerplicht veronderstelt dat een kind op school is van 1 september tot en met 30 juni.

 

4.4 Afwezigheden van kinderen van trekkende bevolking, in zeer uitzonderlijke omstandigheden.

De volgende regels zijn van toepassing op de kinderen van binnenschippers, kermis- en circusexploitanten en -artiesten en woonwagenbewoners. Ze zijn niet van toepassing op kinderen die behoren tot de trekkende bevolking maar die ter plaatse verblijven (bijvoorbeeld in een woonwagenpark). Die kinderen moeten elke dag op school aanwezig zijn. Ouders behorend tot de categorie trekkende bevolking die hun kind inschrijven in een school, moeten er - net als alle andere ouders - op toezien dat hun kind elke dag op school aanwezig is. In uitzonderlijke omstandigheden kunnen zich situaties voordoen waarbij het onvermijdelijk is dat het kind tijdelijk met de ouders meereist. Deze situaties moeten op voorhand goed met de school besproken worden. De ouders maken samen met de school duidelijke afspraken over hoe het kind in die periode met behulp van de school verder de onderwijstaken zal vervullen (de school zorgt voor een vorm van onderwijs op afstand) en over hoe de ouders met de school in contact zullen blijven. Deze afspraken moeten in een  overeenkomst tussen de ouders en de school neergeschreven worden. Enkel als de ouders hun engagementen naleven is het kind gewettigd afwezig.

 

4.5 Problematische afwezigheden.

Alle afwezigheden die niet opgesomd en gewettigd kunnen worden zoals hierboven beschreven zijn te beschouwen als problematische afwezigheden. De school zal de ouders onmiddellijk contacteren bij elke problematische afwezigheid. Van zodra het kind meer dan 10 halve schooldagen problematisch afwezig is, stelt de school samen met het CLB een begeleidingsdossier op dat ter inzage is voor de verificateurs. School en CLB zullen in communicatie met de betrokken ouders een begeleidingsplan opstellen voor de betrokken ouders en hun kinderen.

5 ONDERWIJS AAN HUIS

Een leerplichtig kind uit het lager onderwijs heeft recht op tijdelijk onderwijs aan huis (4 lestijden per week) indien volgende voorwaarden gelijktijdig zijn vervuld:

1. De leerling is meer dan 21 kalenderdagen ononderbroken afwezig wegens ziekte of ongeval (vakantieperiodes meegerekend).

2.  De ouders hebben een schriftelijke aanvraag ingediend bij de directeur van de thuisschool. De aanvraag is vergezeld van een medisch attest waaruit blijkt dat het kind de school niet of minder dan halftijds kan bezoeken en dat het toch onderwijs mag volgen.

3. De afstand tussen de school (vestigingsplaats) en de verblijfplaats van betrokken leerling bedraagt ten hoogste 10 km.

 

Specifieke situatie bij chronische ziekte (=een ziekte die een continue of repetitieve behandeling van minstens 6 maanden noodzaakt):

1. voor chronisch zieke kinderen vervalt de wachttijd van 21 kalenderdagen. Deze kinderen hebben recht op 4 uur tijdelijk onderwijs aan huis na 9 halve schooldagen afwezigheid (moeten niet in een ononderbroken periode doorlopen). Telkens het kind daarop opnieuw 9 halve schooldagen afwezigheid heeft opgebouwd, heeft het opnieuw recht op 4 uur tijdelijk onderwijs aanhuis;

2. voor chronisch zieke leerlingen moet bij de eerste aanvraag tijdens het betrokken schooljaar een medisch attest worden gevoegd, uitgereikt door een geneesheerspecialist, dat het chronisch ziektebeeld bevestigt en waaruit blijkt dat het kind onderwijs mag krijgen. Bij een nieuwe afwezigheid ten gevolge van deze chronische ziekte tijdens hetzelfde schooljaar is geen nieuw medisch attest vereist. Er dient wel een nieuwe aanvraag voor tijdelijk onderwijs aan huis ingediend te worden.

6 ORDE- EN TUCHTMAATREGELEN

In uitzonderlijke gevallen kan een school een leerplichtig kind als tuchtmaatregel schorsen of uitsluiten. Deze beslissing wordt genomen door het schoolbestuur, of bij delegatie door de directeur. In de praktijk zal schorsing of uitsluiting in het basisonderwijs allicht zelden voorkomen. In gevallen waar het gedrag van een leerling het recht op onderwijs van de medeleerlingen in het gedrang brengt, moet er evenwel een ernstige sanctie mogelijk zijn. Beide maatregelen (schorsen en uitsluiten) kunnen

dus enkel toegepast worden op leerlingen waarmee een school zware tuchtproblemen heeft. Aangezien we er vanuit kunnen gaan dat dergelijke zware tuchtproblemen zich niet voordoen bij kleuters, zal allicht geen enkele school kleuters uitsluiten of schorsen. Schorsing en uitsluiting is ook niet bedoeld om een verstoorde communicatie tussen school en ouders te beslechten. Schorsing en uitsluiting kunnen evenmin door het schoolbestuur (of de directie) gebruikt worden als oplossing voor een leerling met een besmettelijke ziekte (bijv. luizen). Bij besmettelijke ziekten kan immers alleen de arts

van het Centrum voor Leerlingenbegeleiding beslissen welke maatregelen aangewezen zijn.

 

6.1 Schorsen

Een schorsing betekent dat de gesanctioneerde leerling het recht op onderwijs tijdelijk (gedurende een bepaalde periode) ontnomen wordt. Deze leerling mag dan de lessen en activiteiten van zijn leerlingengroep niet volgen, maar moet wel op school zijn.

 

6.2 Uitsluiten

Bij een uitsluiting ontneemt het schoolbestuur (of bij delegatie de directeur) de gesanctioneerde leerling definitief (d.w.z. voor de rest van het lopende schooljaar) het recht op onderwijs in zijn scho(o)l(en). Deze leerling wordt definitief uit de school verwijderd, op het ogenblik dat hij in een andere school ingeschreven is en uiterlijk één maand, vakantieperioden niet inbegrepen, na de schriftelijke kennisgeving van uitsluiting door de school. In afwachting bevindt de leerling zich in dezelfde toestand als een geschorste leerling. Ook deze leerling moet dus op school opgevangen worden. Geschorste en uitgesloten leerplichtigen effectief uit de school verwijderen zou er immers

toe kunnen leiden dat ze in een ernstige spijbelproblematiek vervallen of zelfs “nergens-ingeschreven-

leerlingen” worden, die dus niet meer voldoen aan de leerplicht.

Om te vermijden dat het verantwoordelijk blijven van de school ertoe leidt dat ouders van een uitgesloten leerling geen inspanningen doen om hun kind in een andere school in te schrijven, is een termijn voorzien waarna de sanctie van uitsluiting effectief uitwerking krijgt. Deze termijn is vastgesteld op een maand, vakantieperioden niet inbegrepen. Is een kind een maand na de schriftelijke kennisgeving nog niet in een nieuwe school ingeschreven, dan is de oude school dus niet langer verantwoordelijk voor de opvang van de uitgesloten leerling. Het zijn uiteindelijk de ouders die erop moeten toezien dat hun kind aan de leerplicht voldoet. De school doet er in elk geval goed aan om bij uitsluiting het bevoegde CLB in te schakelen om samen naar een oplossing te zoeken.

 

6.3 Procedure bij schorsing voor meer dan één dag en bij uitsluiting van leerlingen

Bij schorsing voor meer dan één dag of bij uitsluiting moet steeds een procedure gevolgd worden. Deze procedure wordt opgenomen in het schoolreglement en respecteert volgende principes:

-    het voorafgaandelijk advies van de klassenraad moet ingewonnen worden;

-    de ouders hebben inzage in het tuchtdossier en worden gehoord;

-    de genomen beslissing wordt schriftelijk gemotiveerd en schriftelijk ter kennis gebracht aan de ouders.

Een leerling die in een school ingeschreven is, maar het volgend schooljaar niet meer welkom is in deze school, kan beschouwd worden als een uitgesloten leerling wanneer de in het schoolreglement opgenomen procedure gevolgd wordt.

7 GETUIGSCHRIFT BASISONDERWIJS

Het schoolbestuur kan, op voordracht en na beslissing van de klassenraad, een getuigschrift basisonderwijs uitreiken aan een regelmatige leerling uit het gewoon lager onderwijs. Een regelmatige leerling is volgens het Decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 een leerling die slechts in één school ingeschreven is. In het basisonderwijs, of als leerplichtige in het kleuteronderwijs, moet de leerling daarenboven aanwezig zijn, behoudens gewettigde afwezigheid, en deelnemen aan alle onderwijsactiviteiten die voor hem of zijn leergroep worden georganiseerd.

De klassenraad oordeelt autonoom of een regelmatige leerling in voldoende mate, de doelen die in het leerplan zijn opgenomen heeft bereikt, om een getuigschrift basisonderwijs te bekomen. De beslissing van de klassenraad is steeds het resultaat van een weloverwogen evaluatie in het belang van de leerling. Iedere leerling die bij het voltooien van het lager onderwijs geen getuigschrift basisonderwijs krijgt, heeft recht op een attest afgeleverd door de directie met de vermelding van het aantal en de soort van gevolgde leerjaren lager onderwijs.

8 FINANCIËLE BIJDRAGE

Voor scholen van het gesubsidieerd basisonderwijs kan geen direct of indirect inschrijvingsgeld gevraagd worden. Evenmin kunnen er bijdragen worden gevraagd voor materialen die gebruikt worden om de eindtermen te realiseren of de ontwikkelingsdoelen na te streven. Het Vlaams Parlement heeft een lijst vastgelegd met materialen die kosteloos ter beschikking moeten worden gesteld om de eindtermen te realiseren of de ontwikkelingsdoelen na te streven.

Lijst met materialen: bewegingsmateriaal, constructiemateriaal, handboeken, schriften, werkboeken en –blaadjes, fotokopieën, software, ICT-materiaal, informatiebronnen, kinderliteratuur, knutselmateriaal, leer- en ontwikkelingsmateriaal, meetmateriaal, multimediamateriaal, muziekinstrumenten, planningsmateriaal, schrijfgerief, tekengerief, atlas, globe, kaarten, kompas, passer, tweetalige alfabetische woordenlijst, zakrekenmachine,


Het schoolbestuur kan wel een bijdrage vragen voor:

-    Activiteiten of verplichte materialen die niet noodzakelijk zijn voor de eindtermen en ontwikkelingsdoelen en waarvan de ouders het te besteden bedrag niet zelf kunnen bepalen. Voor deze categorie dient de school een scherpe maximumfactuur te respecteren. Deze bedraagt €20 voor het kleuteronderwijs en €60 voor het lager onderwijs. De bedragen gelden per leerjaar:

-    Meerdaagse uitstappen. Voor deze categorie dient de school een maximumfactuur van €360 per kind voor de volledige loopbaan lager onderwijs te respecteren. Voor het kleuteronderwijs mag geen bijdrage gevraagd worden.

-    Diensten die de school aanbiedt en die buiten de kosteloosheid en de maximumfacturen vallen. Voor deze categorie worden de kosten opgenomen in een bijdrageregeling. Deze bijdrageregeling wordt besproken in de schoolraad en wordt bij het begin van het schooljaar meegedeeld aan de ouders. De kosten die aan de ouders worden doorgerekend moeten in verhouding zijn tot de geleverde prestatie.

9 GELDELIJKE EN NIET-GELDELIJKE ONDERSTEUNING DIE NIET AFKOMSTIG IS VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP EN DE RECHTSPERSONEN DIE DAARVAN AFHANGEN (RECLAME- EN SPONSORBELEID)

In het Decreet Basisonderwijs van 25 februari 1997 zijn een aantal beginselen vastgelegd waaraan scholen, die reclame en sponsoring door derden toelaten, zich sinds 1 september 2001 moeten houden.

Artikel 51,§4 bepaalt dat een schoolbestuur dat mededelingen toelaat die rechtstreeks of onrechtstreeks tot doel hebben de verkoop van produkten of diensten te bevorderen de volgende principes moet in acht nemen:

1. De door het schoolbestuur verstrekte leermiddelen of verplichte activiteiten moeten vrij blijven van reclame.

2. Facultatieve activiteiten (vb. schoolreis, bosklassen,...) moeten vrij blijven van reclame, behalve wanneer die enkel verwijst naar het feit dat de activiteit of een gedeelte van de activiteit ingericht werd door middel van een gift, een schenking of een prestatie om niet of verricht werd onder de reële prijs door een bij name genoemde natuurlijke persoon, rechtspersoon of een feitelijke vereniging.

3. Reclame en sponsoring mogen niet kennelijk onverenigbaar zijn met de pedagogische en onderwijskundige taken en doelstellingen van de school. Dit principe betekent dat er geen schade mag berokkend worden aan de geestelijke en/of lichamelijke gesteldheid van leerlingen en dat sponsoring en reclame in overeenstemming moet zijn met de goede smaak en het fatsoen.

4. Reclame en sponsoring mogen de objectiviteit, de geloofwaardigheid, de betrouwbaarheid en de onafhankelijkheid van de school niet in het gedrang brengen. Elke school die wenst gebruik te maken van reclame en sponsoring, moet over de hierboven vermelde algemene principes concrete afspraken maken. Het staat vast dat reclame en sponsoring hoe dan ook een rol spelen in de moderne maatschappij en in de belevingswereld van kinderen. Het is daarom essentieel dat er over de fundamentele visie op reclame en sponsoring voorafgaandelijk overleg wordt gepleegd in de schoolraad. Via het schoolreglement worden de ouders geïnformeerd over de afspraken die er m.b.t. sponsoring en reclame gemaakt werden. Als ouders het niet eens zijn met beslissingen van de school inzake sponsoring, kunnen zij daarover een klacht indienen bij de Commissie Zorgvuldig Bestuur.